Spaarders denken vaak dat ze buiten schot blijven, omdat de spaarrente toch al laag is. Het tegendeel is waar: juist bij spaargeld loopt het forfaitaire rendement makkelijk uit de pas met wat je werkelijk ontvangt.
Voor spaargeld rekent de Belastingdienst in 2026 met een forfaitair rendement van 1,28%. Dat percentage is gebaseerd op het gemiddelde spaarrentetarief van voorgaande jaren, niet op wat jouw bank dit jaar daadwerkelijk uitkeert. Dat verschil is precies waar het wringt.
Hoe de berekening werkt
Je telt al je spaargeld op 1 januari op, trekt de vrijstelling eraf en berekent over het resterende bedrag 1,28% fictief rendement. Daarover betaal je 36% belasting.
Fictief rendement: €60.643 × 1,28% = €776
Belasting: €776 × 36% = €279 per jaar
Dat klinkt overzichtelijk, maar het wordt pijnlijk zodra je werkelijke spaarrente lager ligt dan 1,28%. Veel reguliere spaarrekeningen bieden dat dit jaar niet. Dan betaal je effectief belasting over rendement dat je nooit hebt ontvangen.
Spaargeld combineren met beleggingen
Heb je naast spaargeld ook beleggingen, dan telt de Belastingdienst niet apart per categorie, maar berekent een gewogen gemiddeld rendement over je hele grondslag. Hoe groter het aandeel spaargeld in je totale vermogen, hoe lager het gemiddelde fictieve rendement uitvalt — en daarmee je belasting. Dat is precies waarom de verdeling tussen sparen en beleggen een bewuste keuze verdient, niet toeval.
Wat verandert er met de Wet Werkelijk Rendement?
Per 1 januari 2028 gaat het stelsel op de schop. Onder de Wet Werkelijk Rendement (OWR) betaal je in principe belasting over wat je daadwerkelijk hebt verdiend, niet langer over een forfait. Voor spaarders die nu structureel te veel betalen door het verschil tussen forfait en werkelijke rente, kan dat gunstiger uitpakken — maar de definitieve regels en het bijbehorende tarief liggen nog niet vast. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over het wetsvoorstel.
Wat kun je nu al doen?
- Vergelijk je werkelijke spaarrente met het forfait van 1,28%. Ligt die structureel lager, dan is bezwaar maken het overwegen waard.
- Kijk naar de verdeling tussen sparen en beleggen — niet alleen vanuit risico, maar ook fiscaal.
- Houd de Eerste Kamer-stemming over de OWR in de gaten; die bepaalt mede hoe je de komende jaren het beste kunt sparen.
Wil je weten of jouw verhouding tussen sparen en beleggen op dit moment optimaal is voor je belastingaanslag? Daar is onze scan specifiek voor gebouwd.
Veelgestelde vragen
Hoeveel belasting betaal ik over spaargeld in Box 3?
In 2026 reken je met een forfaitair rendement van 1,28% over je spaargeld boven de vrijstelling. Daarover betaal je 36% belasting.
Klopt het forfait van 1,28% met mijn werkelijke spaarrente?
Vaak niet. Als je werkelijke spaarrente lager ligt dan 1,28%, betaal je in de praktijk relatief meer belasting dan je daadwerkelijk aan rente ontvangt.
Verandert er iets aan de belasting op spaargeld na 2026?
Per 1 januari 2028 treedt de Wet Werkelijk Rendement in werking. Vanaf dan wordt in principe belasting geheven over je daadwerkelijke rendement in plaats van een forfait.